Rekenen met formules in de elektronica is soms niet eenvoudig, dit probleem
is vanaf nu verleden tijd. Met het onderstaande programma kan je heel
gemakkelijk de belangrijkste grootheden uitrekenen.
Op
elektronica gebied zijn er veel grootheden, de belangrijkste die ook het meest gebruikt
worden zijn elektrische spanning, stroomsterkte, vermogen en elektrische
weerstand. Deze vier grootheden staan in direct verband met elkaar.
Voor
grootheden en voor eenheden zijn symbolen ingevoerd. In plaats van 'de
stroomsterkte is 0,75 ampère' kan je dit ook eenvoudiger schrijven tot: I =
0,75 A. Weet je bijvoorbeeld dat de spanning 4 V is en het vermogen 3 W, dan
kan je met behulp van de formulecirkel of met dit programma uitrekenen dat de
stroomsterkte 0,75 A is.
Wil
je een getal met een komma gebruiken (bijv. 1,4) vul deze dan zo in:
Het gebruik
van de formulecirkel is eenvoudig. Je kijkt in de middelste cirkel wat
je wilt uitrekenen. Hierna kies je één van de drie formules.
Grootheid
Symbool
Eenheid
(Eenheid)
Symbool
Eenheid
in SI*
grondeenheden
Elektrische
spanning
U
(V)
volt
V
(= W/A)
kg·m2/(A·s2)
Stroomsterkte
I
ampère
A
A
Vermogen
P
watt
W
(= V·A
=
J/s)
kg·m2·s-3
Elektrische
weerstand
R
ohm
Ω
(= V/A)
kg·m2/(A2·s3)
* SI: Alle eenheden
zijn door mensen bedacht. Zo werden er alleen al voor de grootheid lengte
honderden eenheden bedacht (meter, inch, mijl, voet, el, enz.). Dit leidt tot
een grote spraakverwarring. Daarom zijn er internationale afspraken gemaakt over
de eenheden: het 'Système International d'Unités' (SI).