Spoedcursus elektronica
Elektronica is een boeiende en fascinerende hobby, die
niet alleen is toebedeeld aan geschoolde elektronici. Tijdens deze gratis online
spoedcursus wordt aan de hand van een knipperlicht deze mysterieuze wereld
geopenbaard aan jou.
Schema
Een schema is een duidelijker voorstelling van een
elektrische schakeling dan een foto, omdat de werking is getekend en niet de
vorm. Gelukkig is het knipperlichtje zo eenvoudig dat het er in werkelijkheid
niet veel anders uitziet.

De onderdelen

Een transistor ( symbool T) kan gebruikt
worden als een elektronische schakelaar: als er een stroom van de basis naar de
emitter loopt, kan er een grotere stroom van de collector naar de emitter lopen.
Een LED
(licht emitterende diode, symbool D) laat de stroom slechts in één richting
door, en geeft licht als dat gebeurt. Een LED is kleiner en zuiniger dan een
gloeilampje, en gaat bovendien langer mee.
Een
weerstand
(symbool R) wordt zo genoemd omdat hij weerstand biedt aan de stroom. Meestal
wordt met een weerstand een stroom ingesteld (R2, R3) of een teveel aan spanning
weggewerkt (R1, R4). De energie die daarbij verloren gaat wordt omgezet in
warmte.
Een condensator (symbool C) kan elektrische
lading opslaan. Het op- en ontladen van een condensator kost tijd.
Waarden
De belangrijkste elektrische eigenschap van een
weerstand is zijn weerstand, die wordt gemeten in Ohm (Ω). De weerstand van
R1 en R4 is 270 Ω, die van R2 en R3 is 47000 Ω. Als die waarden er in
cijfertjes op waren gedrukt, zouden ze moeilijk te lezen zijn. Daarom worden er
gekleurde ringen gebruikt (zwart
= 0, bruin
= 1, rood
= 2, oranje
= 3, geel
= 4, groen
= 5, blauw
= 6, paars
= 7, grijs
= 8, wit = 9). Dus 270 Ω is
rood-paars-zwart-zwart,
47000 Ω is geel-paars-zwart-rood.
Raar? Nee hoor: geel-paars-zwart-rood
is 4-7-0 en 2 nullen. Zit je toch op internet dan
kun je
hiermee
ook de weerstandswaarde berekenen.
Bij een condensator gaat het om zijn capaciteit: die
geeft aan hoeveel moeite het kost om er lading in te krijgen (`de grootte van de
ballon'). De condensatoren die we hier gebruiken hebben een capaciteit van
0,00001 Farad = 10 µF (microfarad).
Als een weerstand en een condensator samen voorkomen,
wat hier twee keer gebeurt (R2/C1 en R3/C2), bepalen ze samen een tijd. In dit
geval gaat het om 47000 Ω × 0,00001 F = 0,47 seconde. Dit betekent dat de
LED ongeveer een halve seconde brandt voordat het andere aangaat.
Solderen
Buig de pootjes van alle onderdelen zoals hieronder
is te zien. Er kan wat afgeknipt worden als dat handiger is. Let er vooral op
dat bij transistor T1 het middelste pootje naar achteren moet worden gebogen,
terwijl het bij T2 juist naar voren moet. Het platte kantje met BC550 erop is de
voorkant.

Begin met een klein beetje soldeertin op de plaats waar
een pootje van R1 moet komen. Zet die weerstand er dan bovenop en druk hem met
een vinger aan. Smelt snel het tin tot het pootje erin zakt en haal de
soldeerbout weg. Probeer niet te bewegen bij het afkoelen, zodat het tin mooi
glimmend stolt. Dan is het makkelijk om het andere pootje vast te solderen. Ga
zo pootje voor pootje verder met D1, T1, C1, R2, R4, D2, T2, C2 en R3. Let op de
polariteit bij LED's D1 en en D2 (het platte kantje naar de transistor) en
condensatoren C1 en C2 (de ribbel aan de kant van de LED), anders werkt het
niet! Pas op bij een transistor dat je deze niet te warm laat worden.
Transistors mogen eigenlijk niet warmer worden dan ca. 300°C terwijl je
soldeerbout waarschijnlijk zo'n 450°C heeft. Je moet dus even slim omgaan met
je soldeerbout, dus niet te lang bij de transistor houden. Een goede oplossing
kan ook zijn om een tangetje tussen het pootje van een transistor en het soldeer
te houden. De warmte kan dan via het tangetje weg vloeien.
Tenslotte nog de twee draadjes en de verbinding met de
batterijen, die aan de onderkant vastgeplakt kunnen worden. Let ook daarbij op
plus en min, dan werkt het meteen.

- Als je nog vragen hebt over deze cursus dan kun je deze op het forum
stellen.
|