- Opdracht:
Het natuurgetrouw weergeven van de lichtsignalisatie aan een
spoorwegovergang.
-
Geen trein: wit pinklicht
-
Voorbijrijdende trein: twee rode lichten pinken afwisselend.
S1 en S4
zijn gewone schakelaars voor handbediening (testen + mogelijke reset na het
onder spanning zetten van de schakeling) de
andere zijn reedcontacten, geschikt
voor modelbaan.
Met S1,
S2 en S3 gaan de rode
knipperlichten aan, met de andere uit.
De
schakeling is voorzien voor twee rijrichtingen, maar kan zonder moeite
uitgebreid worden door nog meerdere schakelaars in parallel te zetten.
Schematisch
voorgesteld:
Rijrichting
trein:
à
S2
overweg
S5
Rijrichting
trein:
ß
S6
overweg
S3
De
afstand tussen de reedcontacten en de overweg is steeds ongeveer gelijk
aan de maximum treinlengte.
Werking
van het schema:
De 4013
= Flip-flop = bistabiele
multivibrator wordt rechtstreeks gestuurd langs de “direct set” en de
“direct reset” ingangen. De uitgang Q van de flip-flop is normaal laag (0V).
Door bekrachtiging van de juiste reedcontacten switchen de uitgangen van
laag naar hoog en omgekeerd.
Is een
uitgang van de flip-flop hoog dan zal de overeenkomstige transistor basisstroom
krijgen met als gevolg dat de daaraan gekoppelde schakeling spanning en stroom
krijgt en in werking zal treden.
De aldus
gestuurde schakelingen (een
variatie van een astabiele multivibrator uitgevoerd met een opamp –
operationele versterker - waarvan de frequentie regelbaar is met een
potentiometer) zorgen voor het knipperen van de witte en rode
LED's.
De
flikkerschakeling gekoppeld aan de uitgang Q van de flip-flop is deze van de
rode pinklichten.
Er
worden steeds 2
LED’s (maar het liefst 3) in serie gezet, dit
om het nabranden van de
LED’s te verhinderen. De
overtollige
LED's worden op de printplaat gemonteerd.
Het
spreekt voor zichzelf dat, indien gewenst,
andere knipperschakelingen kunnen gebruikt worden: de voeding ervan is de
emitter van de transistor 2N2222.
De
flip-flop en de beide
transistors kunnen vervangen worden door een bistabiel relais. De werking
is identiek.
De
voedingsspanning is niet kritisch.
Deze schakeling is een variatie op de eerste. Er wordt gebruik gemaakt
van een enkele blokgolfoscillator die zowel de witte als de rode lampen laat
knipperen.
De schakelingen voor de lampen kunnen naar eigen behoefte ingevuld
worden. Van simpele
LED's tot versterkers voor kleine gloeilampjes.
 |
Download hier
een niet verkleinde versie |
Met dank aan E. Demuys
|