|
|
|
|
Het is als volgt te begrijpen: De door de oscillator U1 (blokgolfgenerator) opgewekte driehoeksspanning
(Vc) aan de condensator C1 wordt door de opamp U2 versterkt. Dit signaal wordt
gebruikt als omklapspanning voor de oscillator U3. Indien de frequentie van U3
groter is dan deze van U1 dan zal de spanning (Vc2) aan de condensator C2, versterkt door U4, een verloop kennen zoals
hieronder voorgesteld.
Vc2
is
het stuursignaal voor de lampen en wordt door een vermogenopamp U5 – een L165
– nogmaals versterkt. Verdere uitwerking
Alhoewel de lampjesspanning 7V bedraagt
werd er gekozen voor een voedingsspanning van 12V om ze te kunnen
oversturen voor betere lichteffecten. Kerstboomlampjes kunnen onderling sterk van elkaar verschillen zodat men
ze moet uitzoeken om ongeveer
volgende karakteristieken te bekomen: bij 1V zijn de gloeidraden rood
afgetekend, bij 2V is er een rood dotje, bij 3V kan men van licht spreken dat
bij 4V redelijk schijnt, van 5 tot 7V vergroot de lichtsterkte evenredig. Met deze karakteristieken is er voor gekozen om Vc2 van 3,5 tot 8,5 V te laten variëren. De spanning over de lampjes zal dus maximaal 8,5 V bedragen.
Voor lamp 1 variërend tussen 0
en 8,5 V
Voor lamp 2 variërend tussen 3,5
en 12 V De weerstandwaarden van de oscillatoren moeten in functie van dit doel
berekend worden. Omdat de uitgangsgegevens bekend zijn bepalen we in eerste instantie de
componenten van de oscillator U3. Voor de werking en componentenbepaling van een
oscillator wordt verwezen naar andere schakelingen op deze website. De uitgangsspanning Vy2
van deze oscillator is afwisselend 1,6 en 11,2 Volt (Voor berekeningen werd
hiervoor 2 en 11V genomen) In eerste instantie wordt de combinatie R7 – R8 – D3 – D4 vervangen
door een enkele weerstand R. Zo kan
men gemakkelijk voor verschillende waarden van
R, Vc
en Vy2 de overeenkomstige waarde van Vc2 bepalen.
SS = spanningssprong bij flikkeringen Uit bovenstaande tabel kunnen volgende besluiten getrokken worden: - R verhogen verhoogt de spanningssprong (SS) en dus ook de
flikkersterkte - Voor een bepaalde waarde van R is SS constant. Met het oorspronkelijke
schema (R7 – R8 – D3 – D4 ) en met R7 verschillend van R8 wordt SS
variabel. - R verhogen verhoogt Vc2-MIN
en Vc2-MAX ( zie figuur “Spanningsverloop Vc2“) - Voor R klein worden de spanningsvariaties van Vc2 hoofdzakelijk bepaald door Vc - Voor R groot worden de spanningsvariaties van Vc2 hoofdzakelijk bepaald door Vy. Rekening houdend met al deze factoren is gekozen voor R = 50 K omdat uit
testen bleek dat het werken met R7
– R8 – D3 – D4 niet het verhoopte resultaten gaf. Om Vc2
te laten variëren tussen 3,5 en 8,5 V met R = 50K moet, volgens exacte
berekeningen ( Vy = 1,6 of
11,2 V) Vc
variëren tussen 4,45 V en 7,15 V. Met deze gegevens kunnen dan weer de componenten van de oscillator U1
berekend worden. (zie de schakeling kerstboomlampjes op deze website). Wederom wordt de combinatie R3 – R4 – D1 – D2 vervangen door een
enkele weerstand R. Resultaat van de berekeningen:
- R1 = 100K
- R2 = 87K (100K
op het schema)
- R = 120K (= R3 = R4) Voor testen en instellingen naar ieders gading kan men beter met
potentiometers werken. Diegenen die iets uit willen proberen (bijvoorbeeld
lampjes met andere karakteristieken of een enkel lampje) kunnen naar
hartelust experimenteren met de variabele weerstanden van het schema zoals het
getekend is. Voor een gebruiksklare uitvoering dient
het schema als volgt gewijzigd:
- gebruikte opamp: 1458
- R2 = 87K
- Vervang de combinatie R3
– R4 – D1 – D2 door een 120K weerstand
- Vervang de combinatie R7
– R8 – D3 – D4 door een 50K weerstand Uit testen bleek dat, met de gekozen configuratie, de instellingen niet
zo kritisch zijn. Ook gaf een variabele spanningssprong geen merkbaar verschil. Onderling verschillende frequentie-instellingen gaven wel andere
effecten. DriehoekgeneratorOmdat de driehoeksgenerator een essentieel onderdeel is van de
vlammensimulator is het nuttig zijn werking nader te onderzoeken. |
![]() |
Download hier een niet verkleinde versie |
De afregeling van deze laatste kan als volgt gebeuren:
- Stel een redelijke lage frequentie af voor de high-level generator. De
veranderingen van de uitgangsspanning (pin 7 van de opamp) kunnen nu gemakkelijk
met een voltmeter gevolgd worden. Met de corresponderende hoog en laag
potentiometers kunnen de gewenste waarden ingesteld worden.
- Een gelijkwaardige regeling kan ook voor de low-level generator
- Geef de twee generatoren en ook de eindgenerator een gepaste
werkingsfrequentie
Mijn verwezenlijking heeft volgende kenmerken:
Voeding: 12V ///
lampjes 7V ///
High-generator afgesteld op 5 – 8 V
/// Low-generator afgesteld op 2 – 5 V
En voor de liefhebbers ook een lay-out van de 2 generatoren uitvoering. Het printje meet 86 op 55 mm. Ik heb het nagezien maar niet verwezenlijkt. Er is dus geen 100% zekerheid dat er geen fouten in zitten. Kijk het nog even grondig na voor u begint. Foutje gevonden? Laat mij het weten.
![]() |
![]() |
Download hier een niet verkleinde versie |
Download hier een niet verkleinde versie |
Met dank aan E. Demuys
|
Heb je nog vragen over deze schakeling, stel deze dan gerust op
het forum. |
|