|

Bij nachtvliegeren is het leuk om
knipperlichten aan je vlieger te binden, zodat je hoog in de lucht een
raadselachtig UFO-achtig effect kunt bereiken. De meeste knipperlichten die je
vaak ziet zijn gemaakt met
LED’s. Een beschrijving van een
LED knipperlicht
was te lezen in het blad:VLIEGER 94/1, maar het resultaat van deze schakeling is
niet goed zichtbaar. Na enige tijd experimenteren is er een prachtige en simpele oplossing
gevonden om een zeer heldere flitser te bouwen, die zich met vrijwel iedere
vlieger laat meenemen.
Het is natuurlijk mogelijk om
LED’s parallel te schakelen of extra felle
LED’s te nemen, maar echt fel
wordt de lichtopbrengst toch niet. Een normale
LED is ongeveer 3 mcd (mcd =
lichtsterkte). Met gewone gloeilampjes lukte dit wel. 1 cd is ongeveer de
lichtsterkte van een zaklantaarnlampje zonder reflector. Plaatst je het lampje
in een reflector, dan kan de lichtsterkte in het hart van de lichtbundel meer
dan 200 cd bedragen. (De lichtsterkte van een 100 watt gloeilamp is in alle
richtingen ca. 100 cd.)
Een
prettige eigenschap van een gloeilampje is, dat hoe meer spanning je er op zet,
des te meer licht deze geeft. Neem bijvoorbeeld een lampje dat je uit een
eenvoudige zaklantaarn van 2 batterijen haalt; meestal gaat het dan om een
lampje van 2,5 (tot ongeveer 3) Volt. Sluit deze aan op 6 Volt en de
lichtopbrengst is geweldig, het evenaart die van een fotoflitser. En dat is
juist wat we willen! Een probleem is echter, dat de lamp allang kapot is gebrand
wanneer de vlieger in de lucht is.
Het lampje
Waarom gaat dat lampje nou kapot? Dat komt doordat de stroom door de gloeidraad
zo veel warmte ontwikkelt, dat deze smelt. Om dat te verhinderen moet je ervoor
zorgen dat de ontwikkelde hitte laag blijft, terwijl de spanning (om het lampje
fel op te laten lichten) hoog blijft. Dat dilemma los je op, door de tijd dat
het lampje aan staat heel erg klein te maken en daarna het lampje een tijdje af
te laten koelen. Uiteraard is dit niet de oplossing om de levensduur enorm te
verhogen, maar het scheelt aanzienlijk.
De praktijk
 |
Je moet de LM3909
Led Flasher/Oscülator
(National Semiconductor) gebruiken om het lampje aan en uit te schakelen.
Deze laat het lampje iedere seconde 0,1 seconde lang flitsen. Deze korte
tijd is genoeg om het lampje fel op te laten lichten, maar te kort om het
gloeidraadje te kunnen verbranden. Na een hele nacht in bedrijf zul je
zien dat er een donkere laag is ontstaan aan de binnenkant van het glas;
dat is aanslag van de gedeeltelijk verdampte gloeidraad. De lampjes
slijten dus enigszins en daarom is het te adviseren enige lampjes in
reserve te houden. |
Het schema
Op het schema zie je dat er slechts
3 componenten nodig zijn om het apparaatje te bouwen. Het lampje, de batterijen;
4 stuks van het type penlight (AA of AAA). De stroom is uitermate laag, dus
gebruik de kleinste batterijen die je maar kunt vinden, als je vlieger niet veel
massa kan dragen. Soldeer de batterijen aan elkaar; stop ze niet in een houder
want ze gedragen zich als bommen als ze naar beneden vallen en jammer genoeg
doen vliegers dit nog wel eens. Zet ook het lampje vast in de fitting met een
stukje plakband, zodat het hoog in de lucht er niet uit trilt.

Verder moet je het geheel heel goed
in je vlieger vastzetten. Op het schema is de LM3909 getekend vanaf de bovenkant
gezien. Bij pootje 1 bevindt zich een herkenningsstip op het huis. De
elektrolytische condensator (elco) is tussen de 400 en 500 microfarad, 10 Volt.
Let dus op de polariteit bij het monteren. Als je een lampje neemt voor een
ander voltage, veranderen de schakeltijden. Als het lichtje naar jouw idee te
langzaam knippert, kun je pootje 1 met 8 verbinden de knippersnelheid zal dan
verdubbelen. Dit gaat uiteraard ten koste van de levensduur van het lampje.
Dit
simpele en goedkope apparaatje doet het minstens evengoed als de dure Xenon
flitsers. Je kunt de lichtopbrengst nog verder vergroten door een reflector te
nemen.
Onderdelen
 |
C1
= 470μF
(10V) |
 |
L1
= 2,5V |
 |
IC1
= LM3909N |
Opgestuurd
door: Marvin Frederiksz
|