De Nederlandse naam voor de beagle is beagle; een vertaling bestaat niet. Het ras draagt in Nederland en Vlaanderen dezelfde naam als in zijn land van herkomst, Engeland, en zo staat hij ook in de rasstandaard, bij de Raad van Beheer en bij de Nederlandse rasvereniging. Wie per se een Nederlands woord zoekt, komt terecht bij het oude jagerswoord brak of de iets preciezere omschrijving Engelse brak. Een brak is geen ras maar een soort jachthond: een lopende hond die wild met zijn neus opspoort en al blaffend achtervolgt. De beagle hoort bij die groep, net als de basset en de bloedhond. Voor een quiz is het juiste antwoord dus beagle, en voor een puzzel met vier hokjes brak. In het dagelijks taalgebruik zegt niemand Engelse brak; dat woord vind je alleen nog in oude hondenboeken en kruiswoordraadsels.
Waar komt het woord beagle vandaan?
Het woord beagle wordt in Engeland al sinds de late middeleeuwen gebruikt voor kleine honden die in meutes op hazen jaagden. Over de herkomst bestaan twee bekende theorieën. De eerste wijst naar het Oudfranse "bee gueule", wat ongeveer "open keel" betekent en slaat op het luide, melodieuze blaffen waarmee de hond tijdens de jacht aangeeft dat hij een spoor volgt. De tweede theorie gaat uit van een Keltisch of Oudengels woord voor "klein". Het ras in zijn huidige vorm werd in de negentiende eeuw in Engeland vastgelegd door fokkers die een handzame, uithoudende hazenhond wilden voor jagers te voet. Een uitgebreide geschiedenis vind je op Wikipedia.
Waarom hebben sommige rassen wel een Nederlandse naam en de beagle niet?
Het Nederlands vertaalt rasnamen die uit herkenbare, beschrijvende woorden bestaan. Een "Bernese mountain dog" wordt een Berner sennenhond, een "Irish wolfhound" een Ierse wolfshond. Beagle is geen beschrijving maar een naam zonder duidelijke betekenis, en zulke namen blijven onvertaald, zoals ook labrador, husky, corgi, boxer en collie. Toen de beagle in de twintigste eeuw als gezelschapshond populair werd op het vasteland, nam iedereen de Engelse naam gewoon over. Bij de internationale koepelorganisatie FCI is het ras in groep 6, de lopende honden en zweethonden, in alle talen onder dezelfde naam geregistreerd.
Omgekeerd geldt het ook: Nederlandse rassen zoals het kooikerhondje en de Hollandse herder houden in het buitenland hun Nederlandse naam. Rasnamen reizen meestal mee met het ras.
Wat is precies een brak en waarom hoort de beagle daarbij?
Het woord brak is verwant aan het Duitse Bracke en duidt sinds de middeleeuwen een hond aan die jaagt op geur. Een windhond jaagt op zicht en vertrouwt op snelheid; een brak volgt met zijn neus een spoor, soms urenlang, en laat met zijn stem weten waar hij is zodat de jager kan volgen. Het is een type, niet een ras, en Europa kent tientallen brakkenrassen uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Groot-Brittannië. In oude Nederlandse vakliteratuur werd de beagle daarom weleens Engelse brak genoemd om hem van de brakken van het vasteland te onderscheiden. De aanduiding is verouderd, maar leeft voort in puzzels.
- Beagle: rasnaam, zes letters, in alle talen gelijk
- Brak: type jachthond, vier letters, verzamelnaam
- Engelse brak: verouderde omschrijving van de beagle en zijn Britse verwanten zoals de harrier en de foxhound
Waarom duikt de vraag steeds op in quizzen en puzzels?
De vraag naar de Nederlandse naam van de beagle is een geliefde instinker: mensen verwachten een vertaling en bedenken er soms zelf een, terwijl het antwoord gewoon beagle is. In kruiswoordraadsels komt de beagle bovendien vaak voor als "Engelse jachthond", "hondenras" of "hond van Snoopy", de stripfiguur uit Peanuts die een beagle is. Het aantal hokjes bepaalt het antwoord: zes letters is beagle, vier letters is brak. Puzzelwoordenboeken zoals Mijnwoordenboek noemen daarom beide. Hetzelfde principe werkt bij vragen naar de Nederlandse naam van de husky, de corgi of de golden retriever: de buitenlandse naam is de Nederlandse naam.
Hoe is de beagle als huishond?
De beagle is klein tot middelgroot, stevig gebouwd, met lange hangoren, een zachte blik, een korte vacht en meestal de klassieke driekleur zwart, bruin en wit. Hij is opgewekt, sociaal en kindvriendelijk, en voelt zich het best met veel gezelschap van mensen of andere honden. Zijn neus bepaalt zijn leven: een interessant spoor wint het bijna altijd van je roep, waardoor loslopen alleen op veilige plekken en na veel training verstandig is. Beagles zijn echte eters en komen snel aan, dus let op de porties. Dagelijks flink wandelen en snuffelspelletjes of spoorzoeken houden hem tevreden en rustig in huis. Zijn stem gebruikt hij graag, een aandachtspunt voor buren.
Dankzij diezelfde neus werken beagles wereldwijd bij douane en luchthavens, waar ze bagage controleren op voedsel en planten die niet ingevoerd mogen worden. Onafhankelijke informatie over het kiezen en verzorgen van een beagle vind je bij het LICG en bij de Raad van Beheer.
Hoe schrijf en zeg je beagle in het Nederlands?
Je schrijft beagle met een kleine letter, want rasnamen krijgen in het Nederlands geen hoofdletter, en de spelling blijft Engels. Het meervoud is beagles, het lidwoord is de, en samenstellingen schrijf je aan elkaar: beaglepup, beaglefokker. De uitspraak volgt het Engels, "biegel", met de klemtoon op de eerste lettergreep. Daarmee is de vraag volledig beantwoord: de Nederlandse naam van de beagle is beagle, brak is de oude typeaanduiding, en wie dat eenmaal weet, hoeft er nooit meer over na te denken.