Wat er komt kijken bij sloopwerk?

Wat er komt kijken bij sloopwerk?

Een gebouw slopen ziet er van buitenaf uit als het meest rechttoe rechtaan werk dat er bestaat. Een machine, een knijper, en binnen een dag ligt alles plat. In werkelijkheid is de sloop zelf het kortste en minst ingewikkelde onderdeel van het traject. Het grootste deel van het werk zit in wat eraan voorafgaat: onderzoeken wat er in het gebouw zit, dat eruit halen, en zorgen dat het vrijkomende materiaal op de juiste plek terechtkomt.

Verschillende soorten sloop

Er is geen standaardsloop. De aanpak verschilt sterk per opdracht.

Bij totaalsloop gaat het complete bouwwerk tegen de vlakte, inclusief fundering, en blijft er een leeg en schoon terrein achter. Dit gebeurt meestal in aanloop naar nieuwbouw of gebiedsontwikkeling.

Bij renovatiesloop, ook wel gedeeltelijke sloop, blijft de constructie staan en wordt alleen verwijderd wat vervangen wordt. Denk aan het weghalen van niet dragende wanden, verlaagde plafonds, oude installaties en vloerafwerking. Dit vraagt om aanzienlijk meer precisie dan totaalsloop, want alles wat blijft staan mag niet beschadigd raken.

Binnensloop of strippen betekent dat een pand volledig leeg wordt gehaald tot op het casco, terwijl de gevel en draagconstructie intact blijven. Dit komt veel voor bij transformatie van kantoren naar woningen en bij grondige verbouwingen van winkelpanden.

Daarnaast is er nog het gecontroleerd verwijderen van losse constructiedelen, zoals een dakopbouw, een aanbouw of een schoorsteen, vaak in bewoonde situaties waar de rest van het pand gewoon in gebruik blijft.

Onderzoek vooraf

Voordat er iets gebeurt, moet duidelijk zijn wat er in het gebouw aanwezig is. Voor bouwwerken van voor 1994 is een asbestinventarisatie verplicht. Asbest is in Nederland tot dat jaar toegepast en zit op meer plekken dan mensen verwachten: in golfplaten en dakleien, maar ook in vensterbanken, in lijm onder vloerbedekking, in de bekleding van cv leidingen, achter meterkasten en in bloembakken.

Een gecertificeerd bureau voert het onderzoek uit en levert een rapport op waarin per toepassing staat om welk type materiaal het gaat en in welke risicoklasse de verwijdering valt. Op basis daarvan bepaalt een gespecialiseerd bedrijf hoe er gewerkt moet worden, van eenvoudige verwijdering met beschermingsmiddelen tot een volledig afgesloten werkgebied met luchtbehandeling en eindcontrole door een onafhankelijk laboratorium.

Naast asbest wordt gekeken naar andere aandachtspunten. Oude verflagen kunnen lood bevatten, in bodem onder oude bedrijfspanden zit soms verontreiniging, en in installaties kunnen koelmiddelen of oliën achterblijven. Ook de aanwezigheid van beschermde diersoorten speelt mee. Vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen nestelen zich in spouwmuren en onder dakpannen, en hun verblijfplaatsen zijn wettelijk beschermd. Daar is ecologisch onderzoek voor nodig, en dat kan seizoensgebonden zijn en de planning met maanden beïnvloeden.

Melding en vergunning

In de meeste gevallen is er geen vergunning nodig maar een sloopmelding bij de gemeente. Die is verplicht zodra er meer dan tien kubieke meter afval vrijkomt of als er asbest verwijderd wordt, en moet minimaal vier weken van tevoren ingediend worden. Bij de melding hoort een sloopveiligheidsplan waarin staat hoe de omgeving beschermd wordt, hoe het werkterrein wordt afgezet en hoe transport geregeld is.

Voor gemeentelijke of rijksmonumenten en voor panden in een beschermd stadsgezicht gelden strengere regels en is wel degelijk een vergunning nodig. Datzelfde geldt vaak bij sloop in samenhang met nieuwbouw.

Het werk zelf

Sloop gebeurt tegenwoordig bijna altijd selectief. Dat betekent dat materialen in de juiste volgorde uit het gebouw gehaald worden en gescheiden afgevoerd, in plaats van alles ineens tegen de grond te gooien en het puin achteraf te sorteren. Eerst gaat alles eruit wat gevaarlijk is, daarna wat herbruikbaar is, dan de installaties en de afwerking, en pas als laatste de constructie.

De keuze van methode hangt af van de omgeving. Op een ruim terrein kan een sloopkraan met een lange giek van bovenaf werken. In een dichtbebouwde binnenstad met woningen ernaast is dat geen optie en wordt er veel meer met de hand en met kleine machines gewerkt. Trillingen zijn dan het grootste risico, zeker bij oudere panden op houten fundering. Bij dit soort projecten worden vaak trillingsmeters op naastgelegen gebouwen geplaatst en wordt vooraf een bouwkundige opname gemaakt, met foto's van bestaande scheuren, zodat achteraf geen discussie ontstaat over schade.

Stof en geluid vragen ook aandacht. Sproeien tijdens het werk houdt stof beneden, en werktijden worden afgestemd op de omgeving. Bedrijven die veel in stedelijk gebied werken, zoals ASC Sloopbedrijf, besteden doorgaans net zoveel aandacht aan de communicatie met omwonenden als aan de uitvoering zelf, simpelweg omdat klachten een project stil kunnen leggen.

Wat er met het materiaal gebeurt

De bouwsector produceert een fors deel van al het afval in Nederland, en tegelijkertijd wordt daarvan een groot percentage hergebruikt. Puin van beton en metselwerk wordt gebroken tot granulaat en gebruikt als funderingslaag onder wegen, of steeds vaker als grondstof voor nieuw beton. Metalen worden gescheiden ingezameld en volledig gerecycled. Hout gaat naar plaatmateriaal of naar biomassa.

Interessanter is de ontwikkeling richting hergebruik van hele elementen. Deuren, kozijnen, stalen liggers, dakpannen, radiatoren en bakstenen worden voorzichtig uit een pand gehaald en opnieuw toegepast in andere projecten. Dat vraagt meer tijd op de sloopplaats, maar levert materiaal op met behoud van waarde in plaats van materiaal dat vermalen wordt.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat de goedkoopste offerte niet altijd de gunstigste uitkomst geeft. Wie vooraf laat inventariseren wat er te oogsten valt, verlaagt de afvoerkosten en houdt bruikbaar materiaal over.